Onderstaan artikel is afkomstig van de website van het Ministerie van Financien en geeft uitleg over de “1 april deadline” voor het versturen van uw belastingaangifte.
Iedereen die in Nederland woont en inkomsten geniet betaalt in principe inkomstenbelasting. Er zijn verschillende bronnen waaruit het inkomen kan voortkomen, zoals bijvoorbeeld arbeid of aandelen. De inkomstenbelasting houdt rekening met de herkomst van het inkomen en maakt daarbij onderscheid in drie categorieën. Deze categorieën worden ‘boxen’ genoemd. Het inkomen in de drie boxen wordt belast volgens een verschillend tarief per box. Het totaal van de verschuldigde belasting in de drie boxen is de te betalen inkomstenbelasting.
De aangifte inkomstenbelasting over een bepaald belastingjaar moet vóór 1 april van het daaropvolgende jaar bij de Belastingdienst binnen zijn. Als de Belastingdienst de aangifte niet op tijd ontvangt, stuurt de dienst een aanmaning en legt mogelijk een boete op. Bij de Belastingdienst kan wel schriftelijk uitstel aangevraagd worden. Iedereen die vóór 1 april aangifte doet, krijgt voor 1 juli van hetzelfde jaar bericht van de Belastingdienst.
Voor bedrijven betekent dit dat de jaaropgave van het loon van werknemers ruim vóór 1 april aan de werknemers moet worden verstrekt, zodat zij tijdig hun belastingaangifte kunnen indienen bij de Belastingdienst.
Ondernemers kunnen met ingang van 2005 uitsluitend elektronisch aangifte doen voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting (wat betreft de aangiften over het jaar 2004).
De inkomstenbelasting is een belasting over het inkomen van natuurlijke personen. Belastingplichtig zijn natuurlijke personen die in Nederland wonen (binnenlandse belastingplichtigen) en natuurlijke personen die niet in Nederland wonen, maar wel Nederlands inkomen genieten (buitenlandse belastingplichtigen). Binnenlandse belastingplichtigen worden belast over hun gehele inkomen, ongeacht de plaats van herkomst (wereldwijd). Buitenlandse belastingplichtigen worden alleen belast over inkomensbestanddelen die een directe relatie hebben met het Nederlandse grondgebied.
Voor buitenlands belastingplichtigen is dit anders als zij gebruik maken van de mogelijkheid om te kiezen voor behandeling als binnenlandse belastingplichtige. Dan gelden alle regels die ook voor binnenlandse belastingplichtigen gelden. De inkomstenbelasting wordt in beginsel individueel geheven. Fiscale partners mogen gemeenschappelijke inkomensbestanddelen voor hun belastingaangifte onderling verdelen. Fiscale partners zijn echtgenoten en geregistreerde partners. Daarnaast kunnen ongehuwd samenwonenden onder voorwaarden ook als partners worden beschouwd.
Gemeenschappelijke inkomensbestanddelen zijn de belastbare inkomsten uit eigen woning, het inkomen uit aanmerkelijk belang en de persoonsgebonden aftrekposten.
De inkomstenbelasting wordt geheven over het belastbaar inkomen van natuurlijke personen en wordt verminderd met de persoonsgebonden aftrekposten.
Drie categorieën belastbaar inkomen
Er bestaan voor de inkomstenbelasting drie categorieën (box 1, 2 en 3) belastbaar inkomen. Elk belastbaar inkomen heeft een ander tarief:
De verschuldigde inkomstenbelasting is de optelsom van de belastingbedragen op het belastbaar inkomen van de drie boxen. Het inkomen van binnenlandse belastingplichtigen wordt verminderd met de persoonsgebonden aftrekposten.
De verschuldigde belasting wordt voor binnenlandse belastingplichtingen verminderd met het bedrag van de heffingskorting. De algemene heffingskorting geldt voor iedere binnenlandse belastingplichtige. De algemene heffingskorting bestaat uit een belastingdeel en een premiedeel. Er bestaat alleen recht op het premiedeel van de heffingskorting, als de werknemer verplicht verzekerd is voor de Nederlandse volksverzekeringen. Daarnaast zijn er allerlei aanvullende kortingen mogelijk die rekening houden met de hoogte van het inkomen en de persoonlijke situatie van de belastingplichtige. Zo zijn er kortingen voor bijvoorbeeld werkenden, voor ouders met kinderen, voor alleenstaande ouders en ouderen met een klein inkomen. Deze kortingen dragen veelal bij aan een eerlijke verdeling van de lasten.
De persoonsgebonden aftrekposten omvatten vooral kosten die samenhangen met de persoonlijke situatie van de belastingplichtige en zijn gezin en die van invloed zijn op zijn draagkracht. Dit zijn bijvoorbeeld de uitgaven voor onderhoudsverplichtingen (alimentatie), scholingsuitgaven en buitengewone uitgaven (zoals uitgaven wegens ziekte). De persoonsgebonden aftrekposten komen in mindering op het belastbaar inkomen uit werk en woning. Is dat onvoldoende, dan volgt aftrek op het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen en daarna op het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang. Een eventueel restant schuift door naar volgende jaren.
bron: minfin.nl